Vaste stok

Vaste stokvissen

De Vaste stok

 

 

Voor een beginnende visser is de vaste stok de beste keuze om de basis van het vissen

te leggen. Het is eenvoudig en simpel voor de jeugd om voor het eerst een visje te vangen. De ouders kopen een telescoop hengeltje van 3 a 4 meter en een compleet tuigje en een peilloodje en de jeugd  kan in principe vissen. Om het voor de jeugd makkelijker te maken zijn er momenteel schuifconnectors te koop in verschillende maten (diameters van de top). Deze lijm je op de top van de hengel en je kunt de lijn met een lusje in de connector bevestigen. Thuis even het tuigje op lengte maken (30 cm korter dan de hengel) en aangekomen bij  het water, hengel uitschuiven en het tuigje uitpeilen en vissen maar. Op deze manier is de eerste kennismaking met het vissen een feit. De jeugd leert de eerste beten herkennen, de manier van peilen, aasaanbieding en de functie van de dobber en lood, maar natuurlijk de vis onthaken en op de juiste manier te behandelen en weer onbeschadigd los te laten om de vis nog eens te kunnen vangen.

 

Je hebt 3 soorten hengels:

  • Telescopisch om de basis te leggen.
  • Insteek : dunner in diameter tov. een oversteek.
  • Oversteek : diameter is dikker maar strakker op langere lengte.

 

Meestal gaat de jeugd van telescopisch naar een insteek van max. 11 meter.

De oversteekhengel is op langere lengte meer voor gevorderden tot 14,5 meter.

Door veel met de korte stok te vissen doet men veel ervaring op. Het tuigje heb  je dan iets korter dan de hengel en op deze wijze kan men snel onthaken en weer snel verder vissen. Ga je na verloop van tijd met de lange stok vissen heeft men een gigantisch voordeel door beter de beten te herkennen en alles eigenlijk vanzelf gaat.

Bij de wedstrijden in onze omgeving zie je ook bijna altijd dezelfde namen in de uitslag staan. Deze vissers kunnen bijvoorbeeld goed in de Trekvaart vissen, maar ook in het PM kanaal te Kootstertille, puur door de secure en fanatieke manier van vissen.

Ik geloof dat de vaste stok een steeds belangrijkere rol zal spelen tijdens de wedstrijden.

Het is op bepaalde wateren steeds meer sprokkelen om een visje te vangen. Met de stok heeft men dan meerdere opties tov. de feeder. Men kan lichter en secuurder vissen, iets blokkend vissen of optillen van het aas doet soms wonderen.

De basis uitrusting bestaat uit een zitkoffer, roller en visvlonder samen met hengelsteunen. Tegenwoordig heeft men een pole support (steun voorop de kist) of steunen aan de linker of de rechterkant van visvlonder om de hengel te steunen.

De roller dient om de hengel op een simpele manier tijdens het afsteken naar achteren te rollen en zo het beschadigen van de hengel te voorkomen en het makkelijker te maken om de hengel naar achteren te rollen.

 

Peilen

 

Het peilen is een belangrijk element bij het vissen met de vaste stok. Je krijgt zo een idee van de bodemstructuur, eventuele glooiingen of een kuil. Peillood is er in soorten en maten , het meest gebruikt is het knijploodje. Zelf peil ik eerst met een zwaar peillood en daarna met een lichter model om te zien dat de bodem niet zacht is zodat het loodje wegzakt. En je een verkeerd beeld krijgt van de bodem. Je peilt recht onder de top van je hengel en je zoekt een glooiing of een vlak stuk daar achter om te vissen.

Peil ook voor en achter je gekozen afstand en ook links en rechts daarvan.

Er kan wel eens een kuil in de bodem zitten, waar het lokvoer in terecht komt na het voorbijgaan van bv. een boot (werveling in water) of door stroming.

Zit dit diepere stuk bv. links van je visstek dan zit je eigenlijk naast de vis te vissen.

Neem daarom ruim de tijd om goed te peilen. Ik heb het zelf eens gehad toen mijn maatje en ik aan het oefenen waren in de Helomavaart. Ik ging snel aan het peilen en ja hoor een glooiing op 11 meter, ik gooide snel het voer erin en vissen. Na een tijdje had ik weinig beet gehad, toen toch nog maar eens peilen. Op ongeveer 13 meter werd het nog eens 40 cm dieper, de emmer over de kop en nog maar wat voeren op die afstand. Na een tijdje had ik nauwelijks beet en toch ging de dobber steeds vaker onder, nog 10 kilo vis gevangen. Maar om een lang verhaal kort te houden, was ik op 11 meter blijven vissen dan had ik die 10 kilo nou nog niet gevangen (haastige spoed is zelden goed).

Probeer om de dobber zo uit te peilen zoals je de dobber ook zonder peillood hebt uitgelood. Persoonlijk peil ik 1 topset uit  tot staande haak en dit merk ik dan bij de top van  de dobber op de hengel met tippex (kun je er later makkelijk afhalen je kunt ook een klein elastiekje daarvoor gebruiken, deze kun je bij de hengelsportwinkel in verschillende maten krijgen). De haak doe ik altijd bij bijvoorbeeld een 5 delige topset aan de onderkant in het 5e deel aan de binnenkant vast (de haak in de rand haken).

Door je haak onder in de hengel vast te zetten trek ik het tuig strak langs de topset en zo trek je elastiek uit de top maar dat is geen probleem. Wil je meerdere topsets klaar maken dan is het wel handig om de eerste uitgepeilde topset als maat te gebruiken.

Doe je bv. het onderste loodje die boven de lus van de onderlijn zit bij de haak van de uitgepeilde topset met staande haak, dan heb je de andere topset met de gehele onderlijn op de grond liggen. Ik start altijd met een staande haak om eerst wat kleinere vis te vangen en pas later met de andere topset met de onderlijn op de bodem om de dikkere vis te vangen. Heb je bij alle topsets de haak op dezelfde manier in het bv. 5e deel gehaakt (onderkant) dan heb je mits de dobbers op de zelfde diepte hebt geschoven bij alle topsets de juiste diepte, je kunt met de zwaardere dobbers beter op de bodem liggen. Dan is de aasaanbieding rustiger waar de dikkere vis beter op reageert (de vis is schuwer).

 

Vissen met elastiek

 

Eerst had je de versneden top om enigszins door de eerste opvang bij het aanslaan van de klap, kon je dunner vissen dan met een dikkere top. Tegenwoordig is het al heel gewoon om elastiek in je top te laten zetten. De hengels worden steeds strakker en lichter gemaakt, waardoor het eigenlijk al vanzelf sprekend is om elastiek te monteren in je hengel om bij het eerste contact met de vis de eerste klappen op te vangen. De voordelen zijn groter dan de nadelen van het elastiek.

 

Voordelen:

  • je kunt dunnere lijnen en kleinere haakjes gebruiken (secuurder vissen).
  • je vangt met elastiek nu ook de zwaardere vissen die je anders waarschijnlijk        verspeelt met dezelfde lijndikte en klein haakje zonder elastiek.
  • het elastiek werkt als een schokdemper waardoor het haakje minder snel beschadigd of uitscheurt bij de vis.
  • niet alleen effectief maar ook visvriendelijk.

 

Nadelen

·       je moet meerdere tuigen hebben voor verschillende dieptes (4 deels of 5 deels topset). Bij nood kun je als het te kort is een stuk nylon erbij aan zetten (lus in lus systeem).

·       Onderhouds gevoelig, het beste is om het elk seizoen te vervangen.

·       Als je vastzit krijg je het minder snel los.

 

Zorg wel dat je meerdere topjes + eventueel 2e deeltjes bij de hand te hebt om verschillende diktes elastiek te kunnen monteren. Om zeer fijn en secuur te kunnen vissen met bv. 6/100 onderlijn en 8/100 hoofdlijn en dan toch nog zonder lijnbreuk te kunnen aanslaan moet je wel dun elastiek gebruiken. Zit de vis dik op het voer dan kun je gerust met een dikkere onderlijn en dikker elastiek vissen. Zelf heb ik 8 topjes + 2e deeltjes voorzien van 3 diktes elastiek om op elke situatie te kunnen reageren. Over 2 delen elastiek voldoet mij het beste, ik vind het beter vissen en je hebt meer controle over de vis. Misschien nog wel een tip voor je om eens te proberen bij het elastiekvissen. Na de aanslag doe ik mijn hengel redelijk snel over de roller naar achteren om bij mijn afsteekdeel te komen en hou daarna mijn top net boven water en beweeg de topset naar links of rechts tot de topset haaks op het water staat. Dan haal ik de top omhoog en draai de topset tot hij recht omhoog staat boven mijzelf, je zult zien dat de vis dan eerder boven is en je de vis bijna meteen kan scheppen als je de topset omhoog heeft gehaald.

 

Cuppen met vaste stok

 

Vandaag de dag heeft bijna iedereen wel een cupset in het foedraal zitten.

Tijdens het EK Zoetwatervissen in 2003 te Vries was ik als begeleider mee met de jeugd van HSV de Oanslach om samen met mede begeleider  de jeugdkamp in goede banen te leiden. Dit EK was in het Noordwillemskanaal en daar heb ik met eigen ogen de Engelsen iedereen visles zien geven die daar aan het trainen waren. De Engelsen visten heel secuur met de pole cup, de heren cupten heel voorzichtig voer en aas

op 7 meter en op 11 meter (daar zitten de glooiingen hier). Het Noordwillemskanaal is een moeilijk water, waar de zeer technische en secure vissers hier meestal op het podium staan. Maar om een lang verhaal kort te houden, de landen met voerbombardementen hadden weinig resultaat. Het Nederlandse team cupte wel op dit water en haalde een keurige 3e plaats in ploegverband en Bert Aufdenhaar stond hier ook ind. op het podium. Puur door het cuppen wisten sommige landen toch nog een visje te vangen. Landen die hier kwamen zonder cups heb ik zelfs zien cuppen met het ondereind van een lege fles op de top geplaatst. Door continu  juist en secuur het balletje voer met of zonder aas op dezelfde plek te deponeren krijg je een kleine voerstek waar je op kan vissen. De cups zijn er in verschillende soorten en maten maar het bekermodel voldoet toch nog steeds het beste. Tegenwoordig heb je ook voernetjes waar je een voerbal mee kunt cuppen, het is op deze wijze makkelijker om de hengel naar voren te bewegen zonder dat het balletje er uitspringt op het moment dat de hengel van de roller afkomt (herkenbaar probleem in het begin). Vanaf die EK is het in cuppen in een stroomversnelling terecht gekomen.

 

Wanneer gaat men cuppen

  • Als er secuur gevist moet worden op 1 bepaalde plek
  • Als er niet teveel gevoerd moet worden op die ene plek, met alleen aas (maden /casters of muggenlarven)
  • Als je in een ondiepe vaart vist met veel pleziervaart, dit simpelweg omdat er als je er veel voer ingooit met de hand er een groter gebied ontstaat met voer en aas door de stroming en werveling na een boot ipv. een kleiner voerstekje met een cup.

 

Na gecupt te hebben moet je wel het snoer recht onder je top laten zakken, omdat  je ook recht onder de top cupt. Mits natuurlijk de cupset evenlang is als je topset, anders kun je bv. met een extra deel aan je hengel te zetten op de juiste lengte komen om te cuppen. Laat je haak maar eens rustig zakken en laat de dobber even 10 sec. 20 cm boven het water hangen en laat het dan in 1 keer zakken (vaak gevolgd met een aanbeet). De vis aast op het naar onderen dwarrelend aas. Eerst is het wel moeilijk om het voer en/of aas in je cup te houden tijdens het naar voren bewegen van je hengel.

Door 2 rollers te gebruiken waar je de gehele hengel overheen kan rollen helpt vaak wel.

Je rolt de gehele hengel met cupset erop naar achteren en vult daarna de cup, langzaam haal je de hengel naar voren over beide rollers. Ben je met het einde van je hengel bij de roller die het dichtst bij je staat dan heb je ook al bijna de gehele hengel boven water en heb je niet dat moment van dat de hengel van de roller afschiet en je cup vroegtijdig leegt (is mij meerdere malen gebeurt in het begin).

 

Voordelen van de cup

  • Exact plaatsen aas en voer
  • Geen geluid of lawaai
  • Voedselnijd opwekken

 

Nadelen

  • Cuppen kost tijd
  • Men moet meer investeren(cupset kopen)
  • Vistechniek aanleren

 

Verder is er nog wel meer te vertellen over het aas en de aasaanbieding , lokvoer en de verschillende manieren van vistechnieken in stilstaand en stromend water maar daar kom ik nog wel eens op terug in een volgend artikel. Anders wordt het artikel nu ook te lang en tot aan de waterkant maar dan.

Vang ze Klaas Mozes.