Dobberpraat

Dobberpraat

Deze keer wil ik het even over dobbers (tuigjes) hebben. Als ik nieuwe tuigen maak, dan maak ik altijd 2 van het zelfde type en gewichtsklasse. Beide tuigen worden identiek, zelfde bulklood en evenveel valloodjes. Dit doe ik, omdat ik dan tijdens het opbouwen en klaarzetten van de topsets exact dezelfde loodzetting en zelfde diepte heb. Als ik iets verander qua diepte of loodzetting, dan doe ik dat ook bij de reserve topset. Want hoe vaak gebeurt het wel niet dat je na wat schuiven van de dobber lijnbreuk krijgt net terwijl je de vis op het voer hebt. Hierdoor kun je de juiste diepte en meestal de vissen niet meer vinden. Heb je een kopie van je topset dan heb je geen probleem. Vist men met de vaste stok dan is de dobber een belangrijk attribuut op de lijn. De dobber heeft als 1e functie om de beet te verklikken en als 2e functie om de omstandigheden weer te geven (stroom /onderstroom). Men kan ze in 2 groepen verdelen stilstaand/langzaam stromend en hard stomend water.
De dobber bestaat uit 3 onderdelen de bovenantenne, drijflichaam en de onderantenne. Voor deze onderdelen worden verschillende materialen gebruikt, met elk hun eigen eigenschappen. Zo is de onderantenne vaak van metaal, hout of carbon gemaakt. Het drijflichaam van de dobber is vaak van balsahout gemaakt en de bovenantenne van kunstof, hout, metaal of carbon.

Stilstaand water

Men vist op stilstaand water meestal met een slanke dobber met een lang drijflichaam. Ga je op aantal vissen (snelheid) gebruik dan een stevige dobber met een plastic bovenantenne. Als men wil voorkomen dat men het bovenste oogje uit het drijflichaam slaat tijdens het aanslaan, doe dan een siliconenslang om het bovenste deel van de dobber. Bij deze manier van vissen is het belangrijk dat de dobber zosnel mogelijk gaat staan, om geen aanbeten tijdens het afdalen van het aas te missen. Zelf gebruik ik dobbers zonder lange onderantenne bij het aantal vissen om over de kopslaan van de dobber te voorkomen. Vist men wel met een lange onderantenne dan kan men deze eventueel inkorten om de dobber sneller te laten staan.Maar nooit korter maken dan 1,5 de lengte van het drijflichaam. En een carbon onderantenne gaat zo snel niet over de kop dan een metalen onderantenne.
De loodzetting kan bij het aantal vissen zo simpel mogelijk, daar bedoel ik mee men moet er niet te veel kleine loodjes op doen. Maar het bulklood zo zwaar mogelijk met eventueel 1 valloodjes om het aas zo snel mogelijk naar de bodem te krijgen. Een allround loodzetting is 75% bulklood met 2 a 3 valloodjes.
Het bulklood doet men ongeveer 2 keer de lengte van de onderlijn boven de lus waar de onderlijn aan bevestigd wordt, daar onder plaatst men 2 a 3 valloodjes. Wil men niet teveel snoeren meenemen naar de waterkant dan kan men op aantal een paar slanke dobbers nemen. Met eivormige dobbers daar kun je eigenlijk overal mee uit de voeten op stilstaand of langzaam stromend water. Maak je hier een serie van dan kun je op deze waters wel vissen.

Stromend water

Gaat men in stromend water vissen dan moet men wel met ander materiaal aan de waterkant verschijnen. Voor stromend water heeft men een aantal types dobbers:

  • Vlagdobber
  • Bolvormige dobber
  • Cralusso dobber

Het meest gebruikte model in Friesland is denk ik de bolvormige dobber, wat niet zo gek is want wij hebben niet zoveel stromend water in Friesland .Probeer ook eens een vlagdobber (ook wel lolly genoemd), simpel te driften en ook blokkend (in de steun) mee te vissen. Gaat men met een vlagdobber vissen dan kun je in plaats van 5 gram (bolvormig) wel met een 3 gram vissen. Door hun plat model hebben de dobbers minder last van de stroming en daardoor ook beter controleerbaar. Stroomdobbers hebben een lange onderantenne om stabieler in het water te staan. De loodzetting is voor stroomdobbers 90% bulklood met 1 a 2 valloodjes. De Cralusso dobber is de finetuning van de vlagdobber. Deze dobber is gemaakt van polyurethaan en is zelfs na beschadiging nog waterproof. Er zijn meerdere modellen en ze worden geleverd met extra bovenantennes in verschillende modellen en kleuren. Deze zijn bedoeld om op elke omstandigheden te kunnen inspelen. Bredere boven antennes veranderen het drijfvermogen. De gewone cralusso is prima blokkend te vissen en bij een schone bodem ook nog wel driftend.
Een ander model heet de Cralusso surf en is assymetrisch opgebouwd, zodat door het samenspel van loodgewicht en stroming de dobber gaat surfen voor je hengel uit. Heeft men een opslag van 1,3 meter dan vis je een halve meter voor je hengeltop uit. Bij het aanslaan moet je rechtstandig omhoog aanslaan, slaat u opzij dan wordt de dobber ondergetrokken met een misser als gevolg. Bij vlagdobbers en Cralusso dobbers kan men beter het siliconenslangetje onder het drijflichaam een stukje eronder monteren om een betere krachtverdeling te krijgen. Hier in Friesland hebben we niet zoveel stromend water, wat ik jammer vind. Het is een mooie visserij en de vissen zijn in stromend water beresterk.

Enkele tips 

  • Gebruik 2 a 3 stukjes siliconenslang op de onderantenne om het pijl en boog effect te voorkomen. Het onderste slangetje kun je gerust 1 cm laten uitsteken om over de kopslaan van de dobber te voorkomen.
  • Denk bij het oprollen van je tuig dat de lijn bij het drijflichaam niet te strak op de dobber drukt om insnijden (lekkage) te voorkomen. Om deze reden zijn er nu dobbers met de lijndoorvoer door het drijflichaam.
  • Zelf doe ik nooit een onderlijn op mijn tuigen om er zeker van te zijn dat ik ga vissen met een nieuwe en dus scherpe haak (Om bij de eerste aanslag niet je stek te verpesten).
  • Valt de beet even weg ga dan niet meteen met de dobber schuiven, maar met het lood.
  • Zorg dat je in ieder geval verschillende kleuren siliconenslang bij je hebt om over de bovenantenne heen te doen, bij felle zon of een ander lichtinval op het water. Het mooiste is dat je dobbers hebt waar je verschillende antennes op kunt zetten om te kunnen inspelen op elke situatie.
  • Koop goed lood om te voorkomen dat er lijnbeschadiging ontstaat met als lijnbreuk tot gevolg.(goedkoop is duurkoop)
  • Hou je ogen open bij een wedstrijd, hoe zit het lood en hoe zwaar vist je buurman en met wat voor aas wordt er gevist.
  • Ik zelf heb altijd een mapje met reserve onderlijnen bij mij om tijdens een wedstrijd geen tijd te verliezen met onderlijn maken.
  • Probeer voor de wedstrijd de bodemstructuur goed te weten door goed te peilen, ook links en rechts op je voerstek. (een eventueel dieper stuk of talud)

Hopelijk heeft u er wat van opgestoken en hopelijk tot ziens aan de waterkant.

Klaas Mozes